Studiehandleiding Inleiding Arabisch

Inleiding Arabisch

Elke persoon die de quraan en de levenswijze van de Profeet sallallahu ‘alayhi wa sallam goed wil bestuderen, zou bekend moeten raken met de taal hiervan, namelijk het Arabisch. Het is immers in deze taal waarin het woord wordt gericht tot de moslim. Er wordt daarom aandacht besteed aan het begrijpen, maar ook het schrijven van de Arabische taal en het vertalen van teksten van het Arabisch naar het Nederlands en vice versa.

 

In het Arabisch zijn er zinnen die beginnen met een naamwoord en zinnen die beginnen met een werkwoord. Van de zinnen die beginnen met een naamwoord wordt de constructie van mubtada en khabar uitgelegd en er wordt mee geoefend. Van de zinnen die beginnen met een werkwoord wordt de constructie van fi’l, faa’iel en maf’ul bih uitgelegd en er wordt mee geoefend. Verder worden de volgende zaken uitgelegd en er wordt mee geoefend: harf e jaar, de mudaaf en mudaaf ielayh constructie, de naa’t en man’ut constructie, alle veertien persoonlijke voornaamwoorden en bezittelijke voornaamwoorden en van de werkwoorden wordt de tegenwoordige en toekomende tijd en de verleden tijd uitgelegd en er wordt mee geoefend.    

Leerdoelstellingen van het vak

Verkrijgen van kennis over de Arabische taal en het kunnen vertalen, begrijpen en maken van kleine eenvoudige zinnen.

Competenties

De student is in staat om eenvoudige zinnen te vertalen, te begrijpen en zelf te producren.

Relaties tot andere vakken

Inleiding Arabisch in de Basiscursus is randvoorwaardelijk voor de imaam opleiding en dus ook voor de aliem e dien opleiding. In deze opleidingen wordt ervan uitgegaan dat de student kennis heeft van de zaken die hier worden behandeld.

Tijdbesteding

De totale tijdbesteding bestaat uit voorbereiding van de lessen, volgen van de hoorcolleges en de voorbereiding op de toetsing en andere relevante activiteiten te verrichten om het vak zich eigen te maken. De tijdbesteding is gemiddeld per week:  30 minuten voorbereiding, 45 minuten volgen van hoorcolleges en 45 minuten het verwerken en leren van de stof en het maken van de oefeningen. In totaal is de tijdbesteding per week dus gemiddeld 120 minuten.

Literatuur

  • Arabic Course 1, Dr. V. Abdur Rahim, 2007

 

  • http://wrts.nl/jamia

 

  • Syllabus JMI Arabisch: De 14 persoonsvormen

Toetsing en beoordeling

Er worden vier toetsen afgenomen en meerdere kleine schriftelijke overhoringen. Het gemiddelde van alle schriftelijke overhoringen telt even zwaar als één toets en de laatste toets weegt twee keer zo zwaar als de andere toetsen. Het indcijfer wordt dus een gewogen gemiddelde van al deze cijfers. Bij een eindscore van een 6.0 of hoger is de student voor dit vak geslaagd.

Leerdoelen

De student kan:

 

  • eenvoudige zinnen met de behandelde 250 veel gebruikte Arabische woorden vertalen van Nederlands naar Arabisch en van Arabisch naar Nederlands.

  • met de behandelde 250 Arabische woorden eenvoudige zinnen  maken.

  • uit een zin die met een naamwoord begint, de mubtada en khabar aanwijzen, vertalen en zelf zinnen maken met deze constructie.

  • uit een zin die met een werkwoord begint, de fi’l, fa’iel en maf’ul bih aanwijzen, vertalen en zelf zinnen maken met deze constructie.

  • In een zin de constructies van mudaf en mudaf ilayh en/of na’t en man’ut aanwijzen, vertalen en zelf zinnen maken met deze constructies.

  • de 14 persoonsvormen van de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden aanwijzen, vertalen en er zelf zinnen mee maken.

  • van 4 werkwoorden in de verleden tijd en tegenwoordige en toekomende tijd alle 14 persoonsvormen opzeggen, vertalen en er zelf zinnen mee maken.

Vakplanning

 

Please reload